Werken over de Oostenrijks-Hongaarse grens
Verslag van Bálint Bardi, correspondent voor Hongarije – Bewerking door Jet van Fessem
Er is al lange tijd een conflict tussen twee naburige dorpen aan weerszijden van de Oostenrijks-Hongaarse grens: Ágfalva aan de Hongaarse kant en Schattendorf in Oostenrijk.
In het begin van de jaren 2010 werd er een kleine eenbaans grensovergang aangelegd tussen de twee dorpen. Iedereen was blij, aangezien beide dorpen doodlopende wegen zijn zonder dat er een route tussen beide dorpen loopt. Bovendien opende het een snellere route voor veel Hongaren die in Oostenrijk werken en elke dag pendelen. De inwoners van Schattendorf waren daar blij mee, want het meeste handwerk in het dorp wordt gedaan door Hongaren, maar je vindt er ook Hongaarse artsen en verpleegkundigen.
Kort na de opening van de nieuwe weg veranderden de Oostenrijkers van gedachten toen er steeds meer auto’s hun eens zo rustige dorp passeerden. Eerst voerden ze een tijdslimiet in op de grens en vorig jaar werd de Oostenrijkse kant tot voetgangersgebied verklaard. Het is dus niet mogelijk om de grens over te steken met de auto. Toen begonnen de Hongaarse pendelaars hun twee-autosysteem te ontwikkelen. Ze bezitten twee auto’s, rijden elke ochtend met een ervan naar de grens, parkeren die aan de Hongaarse kant, lopen door de grens en springen in hun tweede auto die aan de Oostenrijkse kant geparkeerd staat om naar hun werk te rijden.
Begin 2023 plaatst de burgemeester van het Oostenrijkse dorp een automatische grenspost, waarvoor je een vergunning nodig hebt. Dit is zijn manier om het verkeer en ongelukken te verminderen. Het duurt lang om een vergunning te krijgen en het kost ongeveer 160 euro per jaar. Metropolis’ correspondent Balint bracht een dag door met Zsuzsa, die in Oostenrijk werkt vanwege de hogere lonen. Ze werkt graag in Oostenrijk en vindt haar collega’s aardig, maar voelt zich gediscrimineerd door deze grenssituatie.
